Persarchief

Klik op de foto om te vergroten.

ieper1
ieper2

Persbericht 16 april 2009 : Kapelse kunst in Ieper
.
Nog tot 26 april 2009 worden in de Lakenhallen te Ieper, met tientallen buitenmaats
grote handen symbolisch alle vormen van geweld op een vreedzame manier in de kiem gesmoord.
.
91 Vlaamse burgemeesters kregen op verzoek een plaasteren hand toegewezen en hiermee
onderschreven ze het initiatief om in hun gemeente extra aandacht te geven om agressief gedrag
aan banden te leggen.
.
Wnd burgemeester Luc Janssens vroeg aan André De Nys om de Kapelse hand een artistiek accent te geven.
Het werd de hand van Franciscus van Assisi en ze vormt nu een kleurrijke schakel in de vredelievende
handen-ketting in Ieper.
.
En gaan we met een gipsen hand de wereld redden, hoor ik U al zeggen.
Goede intenties en een brede sensibilisering zijn alvast een stap in de goede richting !

.

&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
.
.
…………………Toespraak van André De Nys - persconferentie in Beukenhof op 22 september 2008…………….

pax janssens schild

………………………………………………..Kapelse burgemeester tegen geweld !…………………………………………….

Jammer genoeg is geweld niet meer weg te denken in onze samenleving.
En omdat burgemeesters de beleidsmensen zijn die het dichts bij het volk staan, werd door de Merelbeekse kunstenaar Enca Caen aan alle Vlaamse burgervaders gevraagd om “ de hand tegen alle vormen van geweld “ te aanvaarden.
Door deze hand in ontvangst te nemen maakt de burgemeester een statement om zich in zijn gemeente te verzetten tegen iedere vorm van geweld. Het is een initiatief dat in gans Vlaanderen leeft en dat opgebouwd werd rond de hand die, symbolisch dan, geweld tegenhoudt. 80 gipsen handen werden bezorgd aan evenveel burgemeesters van de gemeenten en steden. Op zijn beurt zocht elke burgemeester een kunstenaar uit zijn regio die de hand artistiek “ bekunsteld “ .

Ook Kapellen sloot zich aan en breekt een lans tegen alle vormen van geweld.
Wnd burgemeester Luc Janssens vroeg aan kunstenaar André De Nys om de Kapelse hand een eigen karakter te geven. Het eindresultaat wordt op een openbare plaats in de gemeente tentoon gesteld, en in het voorjaar 2009 worden alle handen verzameld zodat ze samen een ketting kunnen vormen die zal opgesteld worden in de lakenhalle van de vredesstad Ieper.

basishand

De Kapelse hand vond haar inspiratie bij de vredesactivist avant-la-lettre ; Franciscus van Assisi.
Telkens de naam van de heilige ergens valt, dan evolueert het gesprek steevast richting godsdienst. Franciscus was inderdaad een religieus geïnspireerde persoonlijkheid, maar zijn geschiedkundige waarde wordt meestal zwaar onderschat. Daarom werd het cultuurfenomeen Franciscus het vertrekpunt om de Kapelse hand tegen alle vormen van geweld een artistieke toets te geven.
Franciscus was een anarchist met een uitgesproken visie over de samenleving, die lijnrecht stond tegenover de gangbare structuren. Hij trok meermaals van leer tegen vroeg middeleeuwse slavernij met landheren en lijfeigenen. Macht en onderdrukking stonden niet in zijn woordenboek.

Voor hem waren alle mensen evenwaardig, ongeacht hun culturele achtergrond.
De manier waarop hij een interculturele dialoog op gang trachtte te brengen kan hier als voorbeeld gesteld worden. Te midden van de woelige kruistochten ( 1096 – 1270 ) , en in strijd met de Pauselijke ordonanties trok Franciscus in 1219 naar de sultan, om de aan de orde zijnde meningsverschillen niet uit te vechten maar uit te praten … zonder geweld … zonder machtsvertoon.
De samenleving waar hij voor stond moest gebouwd worden op respect, liefde en verdraagzaamheid. En wat zien we ; vandaag is er nog niet veel veranderd ten overstaan van 800 jaar geleden ; de interculturele dialoog is nog steeds een hot item.
Macht, bezitsdrang en egocentrisme verzieken nog steeds onze Westerse samenleving.
Geweld eist iedere dag schreeuwend onze aandacht op. Niet alleen in verre conflictregio’s die we op televisie te zien krijgen, maar ook in onze directe omgeving : straatcriminaliteit, pesterijen op school, fysiek en verbaal geweld in vele huiskamers, en ga zo maar door.
Maar laten we nog even terug naar Franciscus van Assisi, de man die ook boeiende gesprekken kon voeren met de vogeltjes. Misschien is het slechts een plezante legende, maar ze staat in elk geval symbool voor een nieuwe visie. Voor het eerst in onze Westerse geschiedenis plaats de mens (Franciscus van Assisi) zich niet boven, maar IN de natuur. In de 13e eeuw groeit het besef dat de mens deel uitmaakt van de kringloop van het leven, waarin alles met alles verbonden is, waarin alles van alles afhankelijk is.
Terug naar vandaag ! Is onze grenzeloze roofbouw op fossiele brandstoffen dan geen geweld ?
Is de opwarming van de aarde niet het gevolg van het geweld dat wij ontplooien tegenover de natuur ?
De mens staat nog steeds BOVEN de natuur, tenminste dat denkt hij.
De houding van de mens in de 21e eeuw en zijn geweld tegen de natuur is dringend aan herziening toe, net zoals Franciscus 800 jaar geleden dacht. Respect en verbondenheid met al wat leeft kan en MOET onze toekomst radicaal vernieuwen ! En dat noemt men Franciscaans denken. En daarom is de anti-geweld-hand van Kapellen gestoffeerd met Franciscaanse symbolen.
De vogeltjes van Franciscus staan voor onschuld en kwetsbaarheid. Zij moeten beschermd worden tegen geweld. Het geweld dat de vernietiging van de natuur in de hand werkt.

“Pax et bonum” was een one-liner in de 13e eeuw. Telkens Franciscus of iemand van zijn volgelingen ergens binnen kwam, klonk de spreuk “ Pax et bonum” , vrede en alle goeds.
Vandaag nog steeds wordt de spreuk aangebracht op keramische tegels, kleine glasramen en andere prularia die er een souvenir bij uitstek van maken voor iedereen die Assisi bezoekt.

Aan de vinger werd een ring geboetseerd, met daaraan een Tau-teken, het logo dat Franciscus overal achterliet op stadsmuren, in kluizenarijen, enz. Hij plaatste het teken ook bij wijze van handtekening onder zijn briefwisseling. Het Tau staat voor zijn vredelievende levenshouding. Vele mensen die vandaag geïnspireerd worden door de Franciscaanse levensvisie, dragen een Tau in olijfboomhout op de borst als symbool voor de vrede.
De hand is geschilderd in geel en blauw, de kleuren van de gemeente Kapellen.
Ze houdt symbolisch alle vormen van geweld tegen. Aan de achterkant van de arm werd het wapenschild van Kapellen aangebracht, als bewijs dat burgemeester Luc Janssens en zijn beleidsploeg, achter de hierboven vermelde vredelievende ideeën staan.
Het gemeentebestuur wil op deze manier haar steentje bijdragen aan een hoopvolle toekomst.

En gaan we met een gipsen hand de wereld redden, hoor ik U al zeggen. Kunst kan inderdaad niet de wereld redden! Maar de goede intenties en een brede sensibilisering laten ons op zijn minst even dromen van een samenleving zonder agressie. We moeten toch ergens beginnen ! ! ! Of niet soms ???

André De Nys – 22 september 2008.
.
.
.

&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&.
Interview van Luk Vilain met André De Nys
Verschenen in het Gemeentelijk infoblad van Kapellen – editie december 2008

bib pleintje

Met een passie voor kunst

Een kunstenaar herken je aan zijn atelier. Het is een sombere novemberdag wanneer André De Nys ons meetroont naar zijn – voor de gelegenheid netjes opgeruimde - werkplaats. Aanleiding voor een gesprek is het project rond de Hand Tegen Geweld, waaraan meer dan 80 gemeenten in Vlaanderen deelnemen en waarvan de financieel analist op rust het Kapelse exemplaar een eigen stempel gaf. Een stempel die onmiskenbaar is beïnvloed door de filosofie van Franciscus van Assisi, ‘de man die met de vogeltjes sprak’.

Het atelier van De Nys is niet verstopt in een bouwvallig hokje in de tuin, maar beslaat een groot deel van de eerste verdieping van zijn woning. Het zegt iets over de plaats die zijn ‘hobby’ in zijn leven inneemt.

Toch wil De Nys zichzelf geen kunstenaar noemen. De eerste vraag ligt voor de hand:

Wat is kunst?
André De Nys: Mijn definitie van kunst is vooral: evolutie. Schoonheid is niet het belangrijkste, kunst moet je geest beroeren. Als mensen naar een expositie gaan is dat vaak met in het achterhoofd de vraag: ‘is dit werk mooi genoeg om boven mijn dressoir te hangen’. Op die manier wordt een schilderij of een kunstwerk gereduceerd tot pure decoratie. Als ik een tentoonstelling buitenstap, wil ik daar vooral een gedachte van meenemen, iets dat blijft hangen. Heeft die kunstenaar mij iets zinvol proberen te vertellen? Als het antwoord daarop negatief is, was het wat mij betreft geen goeie tentoonstelling.

U wordt zelf niet graag een kunstenaar genoemd.
André De Nys: Het begrip kunstenaar is bij mij al jaren vergroeid met het commerciële aspect. Dat interesseert mij eerlijk gezegd weinig. Kunstenaars die op die manier exposeren lopen doorgaans het gevaar om vast te roesten en enkel nog te gaan schilderen hetgeen het publiek vraagt, en dit ten koste van de eigen creatieve evolutie. Er is mij al meermaals gevraagd om in een galeriecircuit te stappen maar dat zegt mij niet veel.
Wat ik veel belangrijker vind is de act van het doen, ergens mee bezig zijn en er over nadenken. Bij mij is een schilderij de neerslag van dat nadenken. Het is evenveel filosofie als kunst. Een ‘zondagsfilosoof’ noemde schilder Felix De Boeck zo iemand. Jezelf een filosoof noemen, dat getuigt niet van veel filosofie hé (lacht).
Maar ik sluit zeker niet uit dat ik ooit nog exposeer met de schilderijen waar Franciscus van Assisi de inspiratiebron was en nog steeds is. Volgend jaar bestaat de kloosterorde van de Franciscanen 800 jaar, dus wie weet… Maar eerst moet ik ‘uitgeschilderd’ zijn en een selectie kunnen maken. Voorlopig is het belangrijker dat het project groeit en evolueert.

Vanwaar die fascinatie voor Franciscus van Assisi?
André De Nys: Die is tien jaar geleden ontstaan op vakantie in Nice. Tegenover het Musée Matisse de Nice staat een klein museum in Romaanse bouwstijl waar vroeger een Franciscaanse kluizenarij gevestigd was. Probeer het je voor te stellen: je komt uit die lichte, kleurrijke wereld van Matisse, stapt vervolgens onder die Romaanse gewelven die je een gevoel van geborgenheid geven om ten slotte in de kloostertuin terecht te komen met een Italiaanse pergola en ranken vol druiventrossen. En met een prachtig zicht op Nice en de Middellandse Zee. Ik ben daar een halve dag blijven zitten en toen is het idee ontsproten om iets rond Franciscus te doen.
Voor alle duidelijkheid: niet in de eerste plaats zijn religieuze overtuiging, maar vooral zijn visie op het leven boeit me. In 1219 maakte Franciscus zijn persoonlijke vredesmissie en voerde hij gesprekken met de sultan in het Midden Oosten. Lang niet vanzelfsprekend in de periode van de kruistochten.
Omdat ik die Franciscus-visie veel te weinig in mijn directe omgeving vond, begon ik voor mezelf zo’n omgeving te creëren in mijn schilderijen. Als je ze vertaalt naar de 21ste eeuw, merk je dat zijn opvattingen brandend actueel zijn: vredesactivisme, respect voor de natuur en al wat leeft, geweldloosheid en interreligieuze dialoog. Ook de Hand Tegen Geweld sluit daar perfect bij aan.

Hoe komt het dat de uitvoering van dat idee, tien jaar op zich heeft laten wachten?
André De Nys: Sinds eind jaren ‘90 liepen er zowel binnen als buiten Kapellen een heel aantal andere kunstprojecten die ik coördineerde. Vijftien jaar lang was ik voorzitter van KAPPA , het kunstenaarscollectief met meer dan 150 leden uit Kapellen en de omliggende gemeenten. We hebben met al die creativiteit ongelofelijk boeiende dingen gerealiseerd waar vandaag nog over wordt gepraat. Zoals bijvoorbeeld kunstproject Blokjee (1998) in een deel van de Bauwin-kazerne, in dezelfde periode dat ook het vluchtelingencentrum werd opgestart.
‘Het onvervuld verlangen van de mens’ (2004) kwam naar buiten op verschillende locaties in binnen- en buitenland.
Bij de viering van de twintigste verjaardag van onze woonwijk Haezeldonck was er het ARTia-project (1999), waarbij sculpturen van professionele kunstenaars in de voortuintjes van de bewoners werden geplaatst. Vijf jaar later waren er de Haezelkrakers. Europa had z’n koeien, Gent had z’n kabouters en onze wijk haar Haezelkrakers: 330 plaasteren eekhoorns
aan huis bezorgd bij de Haezeldonckenaren. Het was fascinerend om zien hoeveel creativiteit die beestjes losmaakten bij de bewoners. Niemand zat toen ’s avonds nog voor zijn tv, iedereen ‘bekunstelde’ zijn eekhoorn, buren leerden elkaar beter kennen en gingen actief nadenken over kunst. Heel mijn leven lang ben ik al promotor van de creativiteit, maar dit vond ik echt wel sterk.
Al die dingen heb ik heel graag gedaan, maar de artistieke leiding van zo één project vraagt al gauw meer dan een jaar van je leven, wil je het een beetje professioneel aanpakken. Vandaar dus dat Franciscus van Assisi zo lang op de achtergrond bleef sluimeren.
In augustus 2006 werd er leukemie bij me vastgesteld. Vervolgens heb ik zes maanden als een natte dweil in Stuivenberg gelegen. Na mijn behandeling was het voor mij duidelijk dat die onstuimige jaren beter plaats zouden maken voor verstilling, met Franciscus van Assisi als kapstok voor mijn creativiteit.

Uw ziekte heeft ongetwijfeld ook een invloed gehad op uw werk?
André De Nys: Aanvankelijk was het mijn overtuiging dat je de natuur altijd het laatste woord moet geven. Maar toen ik daar aan de baxters lag in mijn ziekenbed dacht ik bij mezelf: ‘De Nys, ni goe bezig hé maat’. Had ik toen de natuur zijn gangen laten gaan dan had ik hier nu niet gezeten. Ik heb mijn visie moeten bijstellen: de mens is ongetwijfeld op de wereld gezet om de natuurlijke evoluties bij te sturen, maar hij moet niet proberen om God te evenaren. Hij mag zich niet vergalopperen in hoogmoed. Dan zit je ondermeer bij ethische kwesties als clonen en abortus. Ik vind niet dat een kunstenaar daar een antwoord op moet geven, maar hij kan het wel op zijn manier in vraag stellen. Dat heb ik gedaan met een installatie dit voorjaar in het fort van Stabroek (Orpheus & Eurydice ).
Die installatie en het Franciscus-project heb ik, tijdens mijn verblijf in Stuivenberg, als doel gesteld. Dat wou ik gaan doen als ik het ziekenhuis uitkwam! Een mens moet zich een doel stellen in z’n leven, zeker in zo’n toestand. Dat heeft me enorm geholpen om effectief uit dat ongelofelijk diepe gat te geraken, daar ben ik van overtuigd.

Sinds uw pensioen bent u ook de drijvende kracht achter de leesgroep A Capella. Is literatuur een belangrijke inspiratiebron voor creativiteit?
André De Nys: Bij mij wel ja. Praktisch alles wat ik maak vind zijn oorsprong in de literatuur. Je mag niet de pretentie hebben om de waarheid in pacht te hebben. Er zijn zoveel knappe koppen, veel slimmer dan ik, die alles beter kunnen verwoorden en er dieper over nadenken. Ik vertrek voor iets wat ik schrijf of schilder liever vanuit de boeken van Fernando Pessoa of Gerard Bodifée, dan dat ik zelf het warm water opnieuw moet uitvinden.
Inzichten verwerven is trouwens ook de bedoeling van A Capella: iedereen vertelt zijn persoonlijke leeservaringen over een vooropgesteld boek en iedereen gaat met verrijkte inzichten naar huis.
Geregeld komt er iemand van de groep aan tafel met een negatieve beoordeling over een roman. En waarom ook niet? Met boeken gaat het immers net als met mensen. Je moet elkaar op het juiste moment ontmoeten. Als diezelfde teleurgestelde lezer na de bespreking naar huis gaat met de intentie om het boek te herlezen, dan ben ik ervan overtuigd dat we goed bezig zijn. Het zou mooi zijn mocht het met de andere dingen in het leven ook zo gaan: luisteren naar elkaar en pas daarna, met respect voor de anderen, je persoonlijke conclusies trekken.

.
.
.

page_revision: 17, last_edited: 1242145620|%e %b %Y, %H:%M %Z (%O ago)
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License