Woord

Eurydice

ik zal nooit meer wakker worden
tussen lakens die naar liefde ruiken

ik zal nooit meer naar de hemel vliegen
om een regenboog te vangen

nooit meer zwemmen in zee
op zoek naar tranen

nooit meer voelen hoe je tong
letters schildert in mijn nek

nooit meer spelen met vuur

gedichten schrijven

luisteren

verlangen

fantoompijn

herinneringen,
intenser dan de werkelijkheid

andré de nys
mei 2008
.

meeuwen

**Wonen , woonde , gewoond. **

De late herfstzon tekent een broze streep
op de bestofte zoldervloer.
Vergeten geluk verzameld in een vergeten rariteitenkabinet.

De Westminster telt al lang zijn slagen niet meer.
De waterval van Coo rust tegen een gebroken spiegel.
Lourdes onder een stolp.
Twee porseleinen hummeltjes zoeken hun weg
tussen paternosters en pennenstokken.
De opgezette eekhoorn staat als een ontkleurd fossiel
te krimpen op een stuk hout.

In een blikken koekjestrommel,
zwart wit foto’s met een vergeeld gekarteld randje ;
De familie samen rond de buffetstoof,
de geur van gloeiend antraciet … de warmte van toen .
Blije gezichten tijdens een doopfeest,
krakende grammofoonmuziek op 78 toeren.
Een sanseveria op elke vensterbank …

Verloren tederheden verstopt door de tijd.
Mensen koesteren dat soort dingen,
ze bewaren ze , tot ze zelf herinnering worden.

André De Nys
september 2007

paxetbonum2

DE REDDENDE ENGEL

Het was een totaal mislukt schilderij ! Duidelijk met veel zweet en tranen vervaardigd, maar ook met een volledig gebrek
aan talent en vakmanschap. Het was er zo één uit de duizend, zo’n kunstwerk dat de toeschouwer opzadelt
met een neerslachtig gevoel van ; waarom toch ?
Tegenwoordig smijten ze gewoon alles tegen de muur. En dan tot overmaat van ramp nog met veel ijdeltuiterij en een stevig prijskaartje erbovenop.

Het was niet de eerste keer dat ik in een depri-stemming de tentoonstellingszaal van de plaatselijke kunstkring ontvluchtte.
Uit collegialiteit zal ik niet vermelden wie deze keer voor mijn zelfmoordneigingen verantwoordelijk was.
Het was gelukkig niet in Kapellen.
Het was in Brugge en het gebeurde alweer een tijdje geleden.

Om mijn binnenstebuiten gekeerde galblaas terug wat operationeel te krijgen , dwaalde ik wat rond in de stad.
De vitrine van de boekenwinkel op de hoek werd volledig gevuld met Pieter Aspe.
Mijn hoofdpijn had intussen de pijngrens overschreden.
Het zal wel aan mij liggen zeker ?
Toen ik verleden week Aspe op het televisiescherm zag, werd ik prompt overvallen door een migraine-aanval.
Toeval ?
Ik heb het blijkbaar niet zo voor die zogezegde succesvolle misdaadschrijver.

Loop door man … dit is al even erg als die amateurschilder een half uur geleden!
Ik zet mij neer op een bankje, in de schaduw van enkele mooie bronzen beeldjes van Rik Poot.

Stilaan begint alles terug in normale proporties te vallen.
Net als ik wil opstappen, zie ik rechts, vlak boven een haag, een wolk mussen.
Ze fladderen en kwetteren er op los. Al tuimelend komt die wolk mijn kant op.
Oeps, achter de muur, alles terug stil.

Enkele seconden later verschijnt er vanachter die zelfde haag, een krullenbol van een jaar of vier.
Achter de peuter vormen de mussen een aureool boven de schattige snoet.
Het kleine mensje grabbelt in een plastic zak een strooit wat broodkruimels in het rond.

Ik voel mij ineens in een hemelse stemming. Mijn aardse kwalen zijn op slag verdwenen.
Er is op de wereld niks mooier dan een klein neger-meisje ?

André De Nys
augustus 2004

schildpad

De vlinder zoekt een regenboog,
de ééndagsvlieg, een vliegtuigreis,
en jij , jij keert terug
en toont begerend je tatoe.
Ik … ik droomde
dat het waar mocht zijn.

André De Nys
Oktober 2004

til

De grenspaal

Vannacht is tante Til gestorven …
Net geen tachtig …
’t was den tikker …
Ze woonde hier , in ’t Geitenstraatje …
alleen … nooit geklaag … altijd goedgezind.

Geluk kan soms zo simpel zijn,
zo nietig … zo ongrijpbaar …
zo klein en toch zo vol …
En dan … als een zeepbel … pats … alles weg …
’t is een schrale troost , dat alles moet verdwijnen.

Verleden week nog vertelde ze , ons tante Til …
over haar wereld van verloren dingen.
Over smokkelen langs de Leempad,
over beuling van de zotte Jorres,
over koekenloting en de petit-beurkes
die men kon winnen in ’t lootkraam,
alle jaren in oktober.
Over de verse paling voor ne gulden
in de winkeltjes op Trusland.

’t Is een schrale troost , dat alles moet verdwijnen.
Haar verhaal was als ’t kraken van een matras
die jarenlang de liefde heeft gekend,
en nu eenzaam in een hoekske mijmert.

’t Enige wat blijft, zei tante Til,
is de grenspaal.
Die blijft staan , in weer en wind.
Als een grafmonument …
smekend om wat toekomst,
en trots op zijn verleden.

De stenen paal … die aanduidt dat men aan de ene kant
Een pakske frit kan kopen,
en aan de andere kant een zak patat.

De stenen paal … die aanduidt dat de beenhouwer
langs deze kant “heps” verkoopt, en de slager ginder ham.
Die stenen paal … die gaat niet weg !
Dat zei tante Til, verleden week.
’t Is een schrale troost dat alles moet verdwijnen.

André De Nys
September 2003

kegels

MAGIE IN HOUT

Het ruikt naar verse spinnenwebben op de zolder van mijn grootmoeder.
Avenue, Ons Land, en hier zie … nog een pak Vlaamse Filmkes.
“Maandblad De Spuiter“ … mijn grootvader was toch geen pompier.
Hij heeft zijn leven lang in de Kongo gezeten !

Ik weet het zeker, het moet hier ergens liggen, dat kleine houten koffertje,
met bovenaan die intrigerend gesculpteerde, Afrikaanse tekens.
Het is het enige souvenir aan mijn overleden bompa, dat eerwaarde pater Remy,
nog heeft teruggevonden.
Een koffertje met wat foto’s, enkele brieven en een zwart ebbenhouten kruisbeeldje.
Het moet einde jaren vijftig gebeurd zijn, net vóór de onafhankelijkheid van Kongo.
Mijn grootvader was toen al meer dan tien jaar vrederechter in Leopoldstad.
Hij was verliefd op Afrika. Regelmatig trok hij in z’n eentje de bossen in.
Het duurde soms dagen eer hij terugkwam.
Telkens had hij dan van die mysterieuze kleurrijke houten beeldjes of maskers bij.
Mijn grootmoeder kan er uren over vertellen.
Elk beeld, elk masker in zijn verzameling had ooit een specifiek godsdienstig doel gediend.
Bij elk voorwerp kent ze nog het desbetreffende verhaal.
Ik ken de collectie alleen van de foto’s in het doosje.
Maar vind dat maar eens terug tussen al die rommel hier !
Bompa was geïnteresseerd in al wat er leefde in de rimboe.
Hij was vooral nieuwsgierig naar de religieuze leefwereld van de negers.
Tegelijkertijd was hij ervan overtuigd dat de Afrikaanse cultuur ten dode was opgeschreven.
Daarom verzamelde hij de geheimen van het woud.
Hij zag zichzelf als één van de laatste gelukkige getuigen van een rijke cultuur.

Op een dag heeft men hem gevonden in het bos … vastgebonden aan een boom … dood.
Zoveel kennis en zoveel liefde voor de Afrikaanse magie … vermoord.
Verzamelen van magische krachtbeelden is kwetsend voor het Afrikaanse geloof, zei pater Remy veel later.
Een Afrikaanse sculptuur hoort bij de bewoners van het woud, niet op een plank in een museum.
Jaren na de moord op mijn grootvader hoorde ik vertellen dat zijn verzameling was opgedoken in New York.
De rijke voortbrengselen van de rimboe werden daar voor veel geld te koop aangeboden in een galerie,
gespecialiseerd in primitieve kunst.

Hier zie … het ebbenhouten kistje. Vergeelde zwart wit foto’s met een wit gekarteld randje.
Een verfrommeld en met bloed bespat briefje, en enkele moeilijke woorden : ” Bulu batima, kiandu bayala “.
Pater Remy schreef er in potlood onder : “ De zaak is beslist. Uw teerling is geworpen. “

andré de nys
maart 2006
.

teerlingen

.
.
.

de eeuwige verwondering

men zegt zo vaak dat God een cirkel is .
maar wat met het koolwitje
dat letters schildert in de lucht ?
wat met de snaterende eendenkroost bij de plas ?

’t is moeilijk spreken over het onnoembare
men kan slechts luisteren naar de stilte
naar de sappen die de krokus stuwt
naar de levensdrift van de vuursalamander

men zegt zo vaak dat God verzonnen is
maar de stem die zwijgt kan hoorbaar zijn
in de zindering van een muggenzwerm
in de wind die door de populieren ritselt

zelfs God is dood , wordt mij verteld
maar hoe vaak schuift de engel een wolk opzij
en telkens weer verrijst de feniks
uit diep door zon gebrande as
gered door d’ eeuwige verwondering

andré de nys
maart 2008.

fenix
page_revision: 35, last_edited: 1219422850|%e %b %Y, %H:%M %Z (%O ago)
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License